Home
Svenska
NederlandsDeutschFrançaisEnglishEspagnolItalianoPortugues
 
 
 
De CALRE is de conferentie van de voorzitters van de wetgevende deelstaatparlementen van Europa. De voorzitters die er lid van zijn, staan niet aan het hoofd van de nationale parlementen van hun respectieve landen, maar leiden het parlement van een deelgebied of regio. Het lidmaatschap van de CALRE is beperkt tot regio's uit de Europese Unie. De mate waarin de twaalf lidstaten van de Unie autonomie hebben toegekend aan deelgebieden, verschilt erg van land tot land. Bepaalde landen, zoals Frankrijk en Nederland, zijn unitaire staten, wat inhoudt dat enkel de centrale overheid er wetgevende bevoegdheid bezit. Landen als bijvoorbeeld Duitsland en België zijn daarentegen federaties, waar de deelstaten een verregaande wetgevende bevoegdheid genieten. In nog andere landen, bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Portugal, hebben bepaalde deelgebieden wel een eigen parlement, maar gelden voor de rest van het land enkel de nationale wetten.
 
 
Samenstelling
 
De CALRE verenigt dus de regionale parlementen uit de Europese Unie die over wetgevende bevoegdheid beschikken. In totaal handelt het om 74 regio's uit 8 landen. Samen vertegenwoordigen deze regio's meer dan 200 miljoen inwoners. Meer specifiek bestaat de CALRE uit de parlementen van de Spaanse autonome gemeenschappen; de Italiaanse regionale raden; de assemblees van de Belgische gewesten en gemeenschappen; de parlementen van zowel de Oostenrijkse als de Duitse Länder; het autonome parlement van Åland (Finland); de regionale assemblees van de Azoren en Madeira (Portugal); en die van Schotland, Wales en Noord-Ierland (Verenigd Koninkrijk).
 
 
Hoe verschillend hun bevoegdheid ook mag zijn, telkens handelt het hier om regionale parlementen met twee gemeenschappelijke kenmerken : ze behoren tot de EU en hebben wetgevende bevoegdheid. Deze kenmerken verlenen de CALRE een vorm van homogeniteit die cruciaal is voor het bepalen van gezamenlijke doelstellingen. Door hun wetgevende bevoegdheid zijn deze regio's met name allemaal gelast met het omzetten van Europese regels in hun eigen regelgeving.
 
 
Organisatie
 
De CALRE bestaat enerzijds uit een plenaire vergadering, samengesteld uit de voorzitters van alle parlementen die tot de conferentie behoren, en anderzijds uit een permanent comité met acht voorzitters van regionale parlementen : één per land waarvan een of meer regio's in de CALRE zijn vertegenwoordigd. Het voorzitterschap van de CALRE (tegelijk plenaire vergadering en permanent comité) wisselt elk jaar van land. Momenteel berust het bij de voorzitter van het Vlaams Parlement.
 
 
Op 29 en 30 oktober 2001 keurde de plenaire vergadering op de vijfde CALRE-conferentie te Funchal (Madeira, Portugal) het reglement van de CALRE goed, dat de praktische organisatie regelt.
 
 
Doelstellingen
 
Aan de basis van het ontstaan van de CALRE ligt het aanvoelen dat de regionale parlementaire regelgeving onvoldoende uit de verf komt bij de Europese eenmaking. De CALRE ziet de Europese Unie als een uitdaging inzake institutionele integratie, waarbij de regionale wetgevende assemblees niet willen worden gedwongen om alleen maar aan de zijlijnen toe te kijken. Tenslotte vertegenwoordigen ook zij massaal veel burgers uit die Europese Unie. Bovendien geven de regionale parlementen niet alleen uiting aan een politieke visie maar ook aan een culturele identiteit, en zijn ze ideaal geplaatst om die culturele eigenheid te beschermen in het proces van globalisering en eenmaking.
 
 
De doelstellingen zoals ze in 1998 werden geformuleerd door toenmalig CALRE-voorzitter Ovidio Sánchez Díaz, kunnen als volgt worden samengevat.
 
 
1) Aangezien de democratische controle op het Europese bestuur begint bij de regio's, moet worden voorkomen dat een democratisch deficit deze regio's aantast en moet het subsidiariteitsbeginsel er gevrijwaard blijven.
 
2) De CALRE moet een stimulans zijn in de organisatie van de parlementaire controle op Europese Aangelegenheden, onder meer via de hiertoe bevoegde commissies in elk parlement.
 
3) Er is nood aan informatie-uitwisseling, enerzijds onderling tussen de CALRE-leden en anderzijds ook met de nationale parlementen en het Europees Parlement.
 
4) De CALRE moet kunnen optreden als spreekbuis van het regionale parlementarisme in Europa.